ELEKTROMAGNETISCHE
VELDEN AFKOMSTIG VAN ANTENNES VOOR MOBIELE TELECOMMUNICATIE KUNNEN EFFECT
HEBBEN OP WELBEVINDEN
Datum: 30-09-2003
Dit is een gezamenlijk persbericht
van de ministeries EZ, VROM en VWS
ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN
AFKOMSTIG VAN ANTENNES VOOR MOBIELE TELECOMMUNICATIE KUNNEN EFFECT HEBBEN
OP WELBEVINDEN
Een nieuw onderzoek naar
het effect van elektromagnetische velden (EM velden) van antennes voor
mobiele telecommunicatie op mensen toont aan dat er een
statistisch significante
relatie bestaat tussen het ervaren welbevinden (b.v. duizeligheid, tintelingen
en concentratievermogen etc.) van mensen en de EM velden die lijken op
die van UMTS antennes. Zo’n relatie is niet gevonden tussen het welbevinden
van mensen en de EM velden van GSM antennes. Verder toont het onderzoek
aan dat er een statistisch relevante relatie bestaat tussen de EM velden
van de antennes van GSM en UMTS en het cognitief functioneren (reactiesnelheid,
alertheid, geheugen, etc.) van mensen. Veelal gaat het om een verbetering
van de cognitieve prestaties. Deze laatste relatie is al vaker in onderzoek
vastgesteld.
Bovengenoemd onderzoek met
de naam COFAM (Cognitive Functions And Mobiles) is uitgevoerd door TNO
in opdracht van de ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting
Ruimtelijke Ordening en Milieu en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn
en sport. De minister van Economische Zaken heeft het TNO rapport vandaag
naar de Tweede kamer gestuurd.
De bevindingen van dit onderzoek
worden door de drie ministers serieus genomen, maar kunnen nu niet leiden
tot definitieve beleidsconclusies. De opzet en het resultaat van dit onderzoek
zijn vooralsnog uniek. Herhaling door een ander onafhankelijk instituut
is nodig om de bevindingen van het door TNO gevoerde onderzoek te bevestigen.
Op basis van dit onderzoek kan niet geconcludeerd worden of er sprake is
van een permanent of een omkeerbaar effect. Natuurlijk ligt het voor de
hand de vraag te stellen:‘is het schadelijk?’ Op grond van de conclusies
en aanbevelingen van TNO kan deze vraagstelling niet beantwoord worden.
Ook is er geen eenduidige conclusie over de biologische oorzaken van deze
resultaten te geven. Naar aanleiding van de gevonden resultaten van het
onderzoek moet vervolgonderzoek plaatsvinden. Bij vervolgonderzoek wordt
ook gezocht naar internationale samenwerking. De ministers vragen de gezondheidsraad
te adviseren over verder onderzoek. Ook zal het onderzoeksrapport onder
de aandacht gebracht worden van de Europese Commissie.
Daarnaast is het callcenter
van het Nationaal Antennebureau ingericht voor als burgers naar aanleiding
van dit rapport behoefte hebben aan meer informatie. Het telefoonnummer
is 0900-2683663.
De onderzoeksopzet
Het onderzoek is uitgevoerd
met twee groepen van 36 proefpersonen. Eén groep bestond uit mensen
die zich in het verleden hebben aangemeld bij het Meldpuntennetwerk Gezondheid
en Milieu. De ander groep is de referentiegroep bestaande uit mensen zonder
aangegeven hinder van antennes.
Alle onderzochte personen
hebben een aantal testen ondergaan zowel in aanwezigheid als in afwezigheid
van elektromagnetische velden, vergelijkbaar met die afkomstig van GSM
en UMTS antennes. De sterkte van de toegepaste velden in de testen van
TNO (maximaal 1 Volt per meter) is vergelijkbaar met wat doorgaans gemeten
wordt aan de voet van antennes (op het dak van het gebouw) en wat door
TNO op straat en bij mensen thuis maximaal gemeten is. Door middel van
de testen is informatie verkregen over cognitieve functies van de vrijwilligers.
Daarnaast is informatie gevraagd over aspecten van hun welbevinden. Hiervoor
is in overleg met de Medisch Ethische Toetsings Commissie (METC) een relevant
deel van een internationaal erkende vragenlijst gebruikt, waarmee informatie
wordt gevraagd over symptomen zoals duizeligheid, moeheid en hoofdpijn.
Het onderzoek is dubbelblind
uitgevoerd, dat wil zeggen dat noch de vrijwilligers, noch de begeleiders
van TNO op het moment van het onderzoek op de hoogte waren van de omstandigheden
met betrekking tot de aanwezigheid van de elektromagnetische velden. Gezien
de opzet van het onderzoek, is invloed van omgevingsfactoren op de resultaten
zeer onwaarschijnlijk.
De gevonden effecten van
EM velden van de antennes gelden niet automatisch voor mobiele telefoons
omdat GSM antennes en GSM toestellen verschillende signaalvormen hebben.
Bovendien is de biologische oorzaak van de gevonden resultaten onbekend
waardoor de resultaten van het onderzoek niet kunnen worden doorvertaald
naar mobiele telefoons.
Het volledig rapport, de
brief aan de Tweede kamer en meer informatie is te vinden op www.ez.nl
Voor meer informatie:
Ministerie EZ, Judith Thompson-Sepmeijer,
070-3796174
Ministerie VROM, Wim van
der Weegen, 070-3393986
Ministerie VWS, Bas Kuik,
070-3405083
TNO, Maarten Lörtzer,
015-2694975
|